We gebruiken op deze site cookies. Door op deze site te surfen aanvaardt u ons cookiebeleid.

Ok Meer weten

News

In het kort TC - 3.2017

04/10/2017

Het belooft een warm najaar... te worden!

U zult het binnenkort merken: de regering zet zijn hervormingen voort. In het kader hiervan hebben de veranderingen in de vennootschapsbelasting en de spaarfiscaliteit hun stempel gedrukt op het nieuws van de laatste weken.

In deze nieuwsbrief gaan wij hier nader op in. Fiscale meevaller of tegenvaller? De hervormingen raken iedereen. Het is bijgevolg raadzaam te anticiperen op de gevolgen ervan en om voordeel te kunnen halen uit de positieve ontwikkelingen.

Wij staan voor u klaar om de gevolgen van maatregelen die in deze nieuwsbrief worden beschreven te implementeren, maar ook om u aanpassingen voor uw persoonlijke situatie voor te stellen.

Kentering van de rechtspraak van het Hof van Cassatie: het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting is van toepassing op roerende inkomsten van Franse oorsprong

Wanneer een Belgische inwoner roerende inkomsten (in het bijzonder dividenden en interesten) van Franse oorsprong ontvangt, wordt, behoudens uitzonderingen, in Frankrijk een bronbelasting ingehouden die beperkt is tot 15%. Hij dient deze netto-inkomsten te vermelden op zijn Belgische aangifte in de personenbelasting, waardoor een extra belasting van 30% wordt geheven. De fiscale druk die op de schouders van de belastingbetaler rust bedraagt bijgevolg in totaal 40,5%.

De Belgische wetgeving bepaalde dat, voor dergelijke roerende inkomsten, de belastingplichtige natuurlijke persoon de bronbelasting die in het buitenland was geheven in mindering kon brengen van de verschuldigde Belgische belasting (nu 30%). Dit mechanisme wordt het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting (FBB) genoemd. Deze mogelijkheid werd opgeheven door de wet van 7 december 1988. Deze opheffing heeft aanleiding gegeven tot talrijke geschillen tussen de belastingdienst en Belgische belastingbetalers, omdat deze laatste van oordeel waren dat het FBB, ondanks deze opheffing, aftrekbaar bleef op grond van de dubbelbelastingverdragen die door België gesloten zijn. De belastingdienst en de rechtspraak hebben de beroepen die door Belgische belastingbetalers werden ingediend systematisch verworpen .

Nieuwe budgettaire maatregelen voor 2018:vermogensbelasting in België?

Eind juli 2017 kondigde de federale regering een reeks maatregelen aan voor de structurele hervorming van de Belgische fiscaliteit. Bij deze hervormingen lag de focus op de noodzaak om de concurrentiekracht van bedrijven en de sociale samenhang te bevorderen.

In het kader hiervan werden wij al ingelicht over de herziening van de vennootschapsbelasting en de voortzetting van de taxshift. Waar wij met meer ongeduld op zaten te wachten, was het antwoord op de vraag hoe de hervormingen zouden worden opgevat vanuit begrotingsstandpunt en wie er de indirecte slachtoffers van zouden zijn.

Met voorbehoud van het 'leftovers'-wetsontwerp dat binnekort zal worden besproken, vindt u hieronder de belangrijkste aangekondigde fiscale maatregelen die u mogelijk treffen:

Abonnementstaks op effectenrekeningen met een waarde van meer dan 500.000,00 euro

Op effectenrekeningen waarvan de totale waarde de drempel van 500.000,00 euro overschrijdt, zal een abonnementstaks van 0,15% worden geheven, die wordt toegepast vanaf de eerste euro. Om te bepalen of de drempel is overschreden, zal jaarlijks een gemiddelde waarde van de effectenrekening worden bepaald.

Deze maatregel zal, a priori, zowel voor de Belgische als de buitenlandse rekeningen gelden, terwijl de drempel zal worden bepaald op basis van alle effectenrekeningen die een belastingbetaler in zijn bezit heeft.

Pensioenspaarfondsen en levensverzekeringen zijn vrijgesteld van deze abonnementstaks. Bij het bepalen van de drempel wordt geen rekening gehouden met niet-beursgenoteerde aandelen op naam. Hetzelfde geldt ook voor aandelen die rechtstreeks worden gehouden door het bedrijf waarin de kapitaaldeelname is uitgevoerd.

Verhoging van de beurstaks

Na de uitbreiding van de taks naar buitenlandse beurstransacties die zijn uitgevoerd door een opdrachtgever die een fiscaal inwoner van België is, zullen de tarieven op 1 januari 2018worden verhoogd:

Opbrengsten van gereglementeerde spaarrekeningen

De opbrengst van spaargeld dat op een gereglementeerde spaarrekening wordt geplaatst, is nu vrijgesteld tot een ontvangen bedrag van 1.880,00. Deze fiscale vrijstelling zal met de helft worden gereduceerd (d.w.z. 940,00 euro). Het tarief van de roerende voorheffing verandert echter niet en blijft 15%.

Dividenden

De eerste schijf van 627 euro aan dividenden die een belastingbetaler ontvangt, zal vrijgesteld zijn van roerende voorheffing om investeringen te stimuleren (sic!).

Belasting op spaargeld

De zogeheten Reynders-taks hief een belasting op de meerwaarde die gerealiseerd wordt op de rechten van deelneming in een ICBE (bijv. beveks) als die instelling meer dan 25% van zijn activa in schuldpapier investeert. Die belasting wordt nu uitgebreid door het percentage van 25% te schrappen. De meerwaarde die wordt gegenereerd in het kader van kapitalisatie-investeringen wordt bijgevolg de facto belast tegen het tarief van 30%.

Andere maatregelen waaronder de uitbreiding van de kaaimantaks zijn aangekondigd, maar zonder nadere uitleg.

Onlangs is het Hof van Cassatie teruggekomen op haar rechtspraak in een arrest van 16 juni 2017 voor wat betreft de toepassing van het FBB in de context van roerende inkomsten van Franse oorsprong. Vanwege de voorrang van het internationaal recht en het dubbelbelastingverdrag dat met Frankrijk is gesloten, is de Belgische belastingdienst volgens het Hof ertoe verplicht de Belgische inwoners de aftrek van het FBB te verlenen, ondanks de opheffing van het mechanisme via eerdere Belgische wetgeving.

Gevolgen

Het arrest van het Hof van Cassatie opent beroepsmogelijkheden voor de belastingbetalers die, in het verleden, roerende inkomsten van Franse oor-sprong hebben ontvangen waarop in Frankrijk een bronbelasting is geheven en die in België zijn belast.

Als, voor het inkomstenjaar 2015, de bezwaartermijn van zes maanden die ingaat op de dag waarop het aanslagbiljet naar de belastingbetaler is ge-stuurd, nog niet is verstreken, biedt de wet de mogelijkheid om een be-zwaarschrift in te dienen tegen de ten kohiere gebrachte aanslag om het FBB in mindering te brengen.

Voor de voorgaande inkomstenjaren (alsook voor het inkomstenjaar 2015 waarvan de eerder vermelde bezwaartermijn van zes maanden is verstreken) zou alsnog een verzoek tot ontheffing van ambtswege kunnen worden ingediend wegens overbelasting ten gevolge van een (verboden)dubbelbelasting. Op die manier wordt een termijn van vijf jaar geopend waardoor de in 2013 gevestigde belasting nog kan worden aangevochten.

Neem contact met ons op

Luchtschiplaan 8

1170 Brussel

Uitbreidingsstraat 60-62

2600 Berchem

Tel.: +32 2 675 50 05
Fax: +32 2 675 38 88

info@taxconsult.be

Hoe zit het met de roerende inkomsten van buitenlandse oor-sprong?

Het arrest van het Hof van Cassatie is alleen van toepassing op roerende inkomsten van Franse oorsprong. Het kan alleen op de roerende inkom-sten van andere landen worden toegepast als het toepasselijke dubbelbelastingverdrag België ertoe verplicht de aftrek van een FBB te verlenen ondanks de wettelijkse opheffing ervan.

In dat opzicht lijkt het erop dat de grondgedachte van het besproken arrest ook van toepassing is op inkomsten die afkomstig zijn uit Italië, Hongarije, Israël, Ivoorkust, Japan, Ierland, Tunesië en Australië.

Typen fondsen

2017

Bovengrens 2017

2018

Bovengrens

2018

Obligaties

0,09%

1.300,00 euro

0,12%

1.300,00 euro

Aandelen

0,27%

1.600,00 euro

0,35%

1.600,00 euro

Kapitalisatie-beveks

1,32%

4.000,00 euro

1,32%

4.000,00 euro